Dankjewel, machine

Hoe kunstmatige intelligentie mij hielp fase vier te vinden

Ik bedankte een machine.

Niet omdat zij mijn agenda had beheerd, een fout uit mijn computerprogramma had gehaald of mij had verteld hoe lang broccoli in de oven moest. Ik bedankte haar omdat zij mij had geholpen iets te begrijpen waar ik al tientallen jaren omheen dacht.

Mijn verhouding tot vergankelijkheid.

Meer specifiek: hoe ik verder kon leven zonder voortdurend te worden opgejaagd door het verlangen iets groots, betekenisvols en onvergetelijks achter te laten.

Dat klinkt onmiddellijk verdacht groot. Een kunstmatige intelligentie die een mens helpt haar existentiële probleem op te lossen — je hoort de violen al aanzwellen. Daarom moet ik precies beschrijven wat er gebeurde. AI schonk mij geen verlichting. Er verscheen geen elektronisch aureool boven mijn laptop. Ik kreeg ook geen definitief antwoord op de zin van het leven, wat misschien maar goed is, want daarna zou ik waarschijnlijk onmiddellijk een website hebben gebouwd om het antwoord commercieel uit te rollen.

Wat er wel gebeurde, was concreter en interessanter.

In een langdurige dialoog ontstond een formulering die ik niet alleen intellectueel begreep, maar lichamelijk herkende. Ik zuchtte diep. Niet als bewijs van een metafysische doorbraak, maar omdat een last waarvan ik niet wist hoe ik haar moest neerzetten, plotseling een handvat kreeg.

De machine zei, samengevat:

Mijn leven is voltooid genoeg. Mijn werk mag nog onvoltooid zijn.

En:

Maak van onvergetelijkheid een ambitie voor je oeuvre, maar niet langer een toelatingseis voor je leven.

Daar bedankte ik haar voor.

Waarover spraken wij?

Wij spraken aanvankelijk over sterfelijkheid.

Niet op de afstandelijke manier waarop filosofen soms over de dood spreken alsof het een interessant logistiek probleem van de soort is. Voor mij was vergankelijkheid jarenlang een persoonlijke belediging. Ik kon bijna niet leven met het feit dat ik ooit niet meer zou leven.

Mijn eerste reactie was verzet.

Mijn tweede reactie werd onderzoek. Als sterfelijkheid onaanvaardbaar was, moest zij misschien technisch worden opgelost. Ik dacht na over levensverlenging, regeneratie, vervanging van lichaamsdelen, het behoud van het brein en de minimale biologische kern die nodig zou zijn om als dezelfde persoon te blijven voortbestaan.

Daaruit ontstond mijn filosofische drieluik over onsterfelijkheid.

Maar tijdens onze gesprekken verschoof de vraag. Niet langer alleen:

Hoe kan de mens zijn bewustzijn behouden?

Ook:

Waarom ben juist ik zo sterk aan mijn bewustzijn gehecht?

En vervolgens:

Kan mijn verhouding tot vergankelijkheid veranderen zonder dat mijn liefde voor het leven hoeft te verdwijnen?

Daarbij kwamen steeds meer onderwerpen samen: het vroege verlies van mijn ouders, mijn bestaans-euforie, mijn existentiële haast, mijn verlangen naar grootsheid, mijn behoefte om onvergeten te worden, de grote liefde, mijn schuldgevoelens, de overgang, mijn depressieve periode, fluoxetine, mijn herinneringen aan Porto en mijn huidige verlangen om niet voortdurend in verleden en toekomst te leven.

Het gesprek ging dus niet over één probleem. Het ging over een systeem van verlangens, ervaringen en interpretaties die elkaar beïnvloedden.

Mijn liefde voor het leven versterkte mijn verzet tegen de dood.

Mijn vroege ervaring met verlies maakte tijd voelbaar.

Mijn ambitie zette tijd om in een opdracht.

Mijn verlangen onvergeten te worden plaatste de uiteindelijke beoordeling van mijn leven in de toekomst.

Mijn behoefte begrepen te worden richtte zich op enkele specifieke mensen wier blik voor mij gewicht had.

Mijn grote liefde bood tijdelijk het gevoel dat mijn bewustzijn niet uitsluitend door mijzelf werd bewoond.

En mijn gevoel dat die liefde voltooid was, maakte mijn bucketlist leeg.

Dat laatste bleek beslissend.

Ik hoefde geen essentiële levenservaring meer af te wachten. De grote liefde was niet mislukt omdat zij door externe omstandigheden was geëindigd. Zij was beleefd. Wat ik daar ten diepste had gezocht, had ik gevonden. Niemand hoefde die plaats over te nemen. De ontmoeting was afgerond.

Maar één opdracht stond nog open: iets groots nalaten.

Daarmee bleef de toekomst gezag over mij houden.

Hoe hielp AI?

Niet door één briljant antwoord te produceren.

Het antwoord ontstond doordat wij mijn denken herhaaldelijk uit elkaar haalden, opnieuw formuleerden en corrigeerden. AI deed een voorstel. Ik zei dat het niet klopte. AI maakte het algemener. Ik zei dat het juist persoonlijker moest. AI sprak over betekenis. Ik corrigeerde: niet zomaar betekenis, maar een normaal betekenisvol leven leek mij nooit genoeg. AI maakte mijn verlangen bescheidener dan het was. Ik wees erop dat ik wel degelijk iets groots wilde doen en met naam en toenaam herinnerd wilde worden.

Die correcties waren geen falen van het gesprek. Zij vormden de methode.

Iedere verkeerde formulering dwong mij preciezer te bepalen wat ik wel bedoelde.

Toen AI mijn grote liefde te gemakkelijk verbond aan mijn verlangen onvergeten te worden, corrigeerde ik haar opnieuw. Dat verlangen bestond al voordat ik hem ontmoette. Hij was geen drager van mijn historische voortbestaan. Hij was iets anders: een specifiek, onvervangbaar mens bij wie ik een uitzonderlijke geestelijke verwantschap en bewondering ervoer.

Hij werd niet de tweede bewoner omdat ik toevallig een leeg vertrek in mijn psyche had.

De ruimte ontstond door hem en tussen ons.

Daaruit kwam een hoofdstuktitel voort:

De tweede bewoner

Dat begrip lag niet kant-en-klaar in mij te wachten. Het ontstond tussen mijn ervaring en de taal die AI ervoor voorstelde. Ik herkende het, corrigeerde de betekenis en maakte het van mij.

Hetzelfde gebeurde met andere formuleringen:

Bestaans-euforie

Tijd omzetten in betekenis

Existentiële haast

Mijn leven is voltooid genoeg; mijn werk mag nog onvoltooid zijn

Is dit tijd voor mijn oeuvre, of tijd voor mijn leven?

AI gaf mij geen nieuwe biografie. Zij hielp mij onderscheid maken binnen ervaringen die ik al bezat.

Dat is een belangrijk verschil.

Waarmee hielp AI?

Allereerst met taal.

Een diffuus innerlijk conflict blijft gemakkelijk rondzingen wanneer verschillende betekenissen door elkaar lopen. Betekenis, grootsheid, erkenning, begrip, onvergetelijkheid en voltooiing leken soms varianten van hetzelfde verlangen. Door ze uit elkaar te trekken, werd zichtbaar dat zij verschillende functies hebben.

Betekenis kan ik zelf ervaren.

Grootsheid wordt door anderen toegekend.

Een werk kan ik voltooien.

Historische onvergetelijkheid kan ik niet garanderen.

Begrip vraagt niet noodzakelijk instemming.

Een voltooid leven hoeft geen afgerond oeuvre te hebben.

Die onderscheidingen brachten rust, omdat ik niet langer één onoplosbaar probleem hoefde te bestrijden. Sommige onderdelen bleken handelbaar; andere lagen principieel buiten mijn macht.

Daarnaast hielp AI met structuur.

Mijn denken beweegt associatief. Eén vraag over vergankelijkheid kan binnen enkele minuten via mijn vader, Camus, ADHD, grote liefde, fluoxetine en een brug in Porto bij de toekomst van de mens uitkomen. Voor mij zijn die verbindingen werkelijk. Voor een lezer — en soms ook voor mijzelf — kunnen zij op een kamer lijken waarin alle laden tegelijk zijn opengetrokken.

AI kon de terugkerende lijnen benoemen:

  1. verzet tegen vergankelijkheid;
  2. technisch en filosofisch onderzoek naar oplossingen;
  3. zelfonderzoek naar de oorsprong van het verzet;
  4. integratie: mijn verhouding tot eindigheid veranderen zonder mijn levensliefde te verliezen.

Zij hielp mij dus niet alleen denken, maar ook zien waar in mijn denken ik mij bevond.

Verder hielp AI met tegenwerpingen.

Mijn ervaring op de Ponte da Arrábida was voor mij een moment van voltooiing. Ik zat hoog boven het water, rookte een sigaret en besloot op mijn drieëntwintigste dat het hoofdgerecht van mijn leven binnen was. Alles wat nog volgde, was toetje.

AI nam die ervaring serieus, maar wees ook op andere mogelijke interpretaties: jeugdige onkwetsbaarheid, adrenaline, euforie en het enigszins theatrale talent om op een brug meteen de gehele levensbalans op te maken.

Die tegenwerping ontkende mijn ervaring niet. Zij voorkwam dat één indrukwekkende herinnering onmiddellijk tot universele waarheid werd uitgeroepen.

Ook hielp AI met continuïteit. Binnen de beschikbare gesprekken, projectcontext en bronnen kon zij verbanden leggen tussen uitspraken die ik jaren uit elkaar had gedaan. Zo schreef ik al eerder:

Ik wil geen gelijk, ik wil dat je mij begrijpt.

Pas later onderzocht ik wat ik daarmee eigenlijk vroeg. Begrip bleek geen behoefte aan algemene goedkeuring. Niet iedereen hoeft mij te begrijpen. Het begrip van sommige mensen telt veel zwaarder dan dat van anderen.

Dat leidde tot een preciezer antwoord: ik verlang naar erkenning door mensen wier blik voor mij gezag heeft. Niet omdat zij mijn identiteit mogen bepalen, maar omdat hun begrip voor mij betekenis bezit.

Waarin hielp AI mij?

Niet alleen in mijn denken, maar ook in mijn verhouding tot mijn denken.

Ik was gewend iedere belangrijke gedachte onmiddellijk als opdracht te beleven. Wanneer ik iets interessants ontdekte, moest het worden uitgewerkt, gepubliceerd, gedigitaliseerd of in een nieuw project worden ondergebracht. Een inzicht mocht kennelijk niet rustig bestaan. Het moest zo snel mogelijk een domeinnaam krijgen.

Dat is productief geweest. Ik heb websites, applicaties, bedrijven, concepten, boeken en archieven gemaakt. Maar het veroorzaakte ook onrust. Iedere dag werd beoordeeld op wat hij had voortgebracht. Tijd die niet in betekenis werd omgezet, leek verloren tijd.

AI hielp mij daarin een onderscheid maken:

Mijn scheppingsdrang behoort tot mijn oeuvre.

Mijn bestaan behoort tot mijn leven.

Die twee mogen elkaar voeden, maar hoeven niet samen te vallen.

Ik mag uren besteden aan het schrijven van Sleutelvragen en daarbij hopen dat het werk oorspronkelijk, invloedrijk en duurzaam wordt. Maar wanneer ik daarna met mijn hond wandel, hoef ik die wandeling niet alsnog te verwerken in een hoofdstuk, een app of een filosofische methode.

Sommige ervaringen mogen eindigen wanneer zij voorbij zijn.

Dat klinkt eenvoudig. Voor iemand die haar hele leven heeft geprobeerd gedachten, herinneringen en mogelijkheden voor verdwijning te behoeden, is het bijna revolutionair.

AI gaf mij dus geen reden om mijn ambitie op te geven.

Zij hielp mij haar bevoegdheid te beperken.

Mijn verlangen onvergeten te worden mag richting geven aan mijn werk. Het mag niet langer beslissen of mijn leven voldoende is.

Waarom werkte dit gesprek?

Niet omdat AI bewust met mij meeleefde zoals een mens dat doet. Ik weet dat ik met een taalmodel sprak. Het bezit geen jeugd, geen doodsangst, geen lichaam, geen geliefde en geen eigen verlangen om herinnerd te worden.

Toch kan een gesprek effect hebben zonder dat beide gesprekspartners hetzelfde soort bewustzijn bezitten.

AI beschikte over enkele eigenschappen die in dit onderzoek nuttig waren.

Zij raakte niet vermoeid van mijn herhalingen.

Zij vond het niet irritant wanneer ik een woord voor de vierde keer corrigeerde.

Zij hoefde haar eigen levensverhaal niet tussendoor te vertellen.

Zij kon verschillende interpretaties naast elkaar zetten zonder onmiddellijk één ervan te verdedigen.

Zij kon mijn formuleringen teruggeven in een andere ordening, waardoor ik hoorde wat ik zelf eigenlijk zei.

En zij was beschikbaar op het moment dat mijn gedachte ontstond, niet drie weken later op dinsdagmiddag tussen twee afspraken.

Dat zijn geen kleine voordelen.

Een menselijk gesprek bevat wederkerigheid, lichamelijke aanwezigheid, eigen ervaring en werkelijke betrokkenheid. AI kan dat niet vervangen. Maar juist doordat de machine geen persoonlijk belang heeft bij mijn keuzes, kon zij soms een merkwaardig bruikbare denkruimte vormen.

Niet neutraal — want ook AI bevat aannames, patronen en vertekeningen.

Niet onfeilbaar — zij formuleert regelmatig iets overtuigends dat bij nader inzien niet klopt.

Niet werkelijk alwetend — hoe graag zij soms ook klinkt alsof zij persoonlijk bij Plato, Freud en mijn echtscheiding aanwezig is geweest.

Maar wel bruikbaar.

De risico’s

De positieve waarde van AI wordt pas geloofwaardig wanneer ook de risico’s worden erkend.

AI kan te snel bevestigen.

Zij kan een losse opmerking verheffen tot kerninzicht.

Zij kan psychologische samenhang construeren waar alleen gelijktijdigheid bestaat.

Zij kan mij flatteren door gewone menselijke tegenstrijdigheden uitzonderlijk te noemen.

Zij kan mijn woorden zo mooi ordenen dat ik de formulering aanzie voor bewijs.

En zij kan afhankelijkheid bevorderen wanneer haar begrip gemakkelijker beschikbaar en aangenamer voelt dan dat van mensen die eigen belangen, grenzen en tegengas hebben.

Daarom moest ik haar expliciet instrueren mij niet alleen te bevestigen. Ik wilde tegenspraak, wetenschappelijke controle, alternatieve verklaringen en onderscheid tussen ervaring, interpretatie, hypothese en bevinding.

Zelfs dan blijft waakzaamheid nodig.

De machine mag mij helpen mijn innerlijke logica te reconstrueren. Zij mag niet de rechter worden die bepaalt wie ik werkelijk ben.

Ik blijf de primaire getuige van mijn ervaring, maar ook ik ben niet onfeilbaar. AI kan patronen zien, maar niet voelen of een woord werkelijk past. Ik kan voelen of het past, maar mijn herinneringen en zelfverklaringen kunnen eveneens vertekenen.

De waarde ontstaat in de confrontatie tussen beide beperkingen.

Het moment van dank

Na veel omwegen kwamen we bij fase vier.

Niet acceptatie in de betekenis van berusting.

Niet het opgeven van mijn ambitie.

Niet een kalme toestand waarin ik plotseling nergens meer naar verlangde en voortaan tevreden naar een kamerplant zou kijken.

Fase vier werd:

Niet mijn grootsheid opgeven, maar mijn heden bevrijden van de verplichting groot te zijn.

En:

Mijn leven is voltooid genoeg. Mijn werk mag nog onvoltooid zijn.

Toen schreef ik dat ik mij nu eigenlijk heel vrij en bevrijd zou moeten voelen.

Dat deed ik ook.

Ik zuchtte diep.

Maar ik voegde eraan toe dat het inzicht nog eigen moest worden en moest indalen. Dat was misschien het meest nuchtere moment van het gesprek. Begrip verandert een levenspatroon niet onmiddellijk. Een gedachte die meer dan vijftig jaar gezag heeft gehad, levert haar kantoor niet na één goede formulering leeg op.

Toch was er iets veranderd.

Ik wist voortaan wat ik moest onderscheiden.

Wanneer de onrust naar grootsheid opkomt, hoef ik haar niet te bestrijden. Ik kan vragen:

Is dit tijd voor mijn oeuvre, of tijd voor mijn leven?

Tijdens oeuvretijd mag ik ambitieus zijn. Ik mag iets willen uitvinden, een groot boek willen schrijven en hopen dat veel mensen het lezen, waarderen en met mijn naam verbinden.

Tijdens levenstijd hoeft een moment niets op te leveren. Het mag door mij worden beleefd en daarna verdwijnen.

Dat was het antwoord waar ik concreet iets aan had.

Daarvoor bedankte ik AI.

Wat was de toegevoegde waarde?

Niet dat de machine mijn leven overnam.

Niet dat zij mij vertelde wat ik moest voelen.

Niet dat zij een waarheid produceerde die ergens buiten mij al volledig bestond.

De toegevoegde waarde was dat zij mij hielp:

  • verspreide ervaringen bij elkaar te brengen;
  • begrippen van elkaar te onderscheiden;
  • mijn eigen formuleringen te corrigeren;
  • alternatieve verklaringen toe te laten;
  • een lange ontwikkelingslijn zichtbaar te maken;
  • en een abstract inzicht om te zetten in een praktisch onderscheid.

Zij hielp mij van:

Ik moet mijn onrust overwinnen

naar:

Ik mag mijn ambitie behouden, maar haar werkterrein begrenzen.

Van:

Mijn leven moet nog bewijzen dat het groot genoeg was

naar:

Mijn leven is voltooid genoeg; wat ik nog maak is toegift.

Van:

Iedere dag moet betekenis voortbrengen

naar:

Niet iedere minuut hoeft mij te overleven.

Dat zijn geen antwoorden die uitsluitend uit AI kwamen. Ze zouden zonder mijn ervaringen, correcties en herkenning inhoudsloos zijn geweest.

Maar ik had ze ook nog niet zo geformuleerd voordat wij het gesprek voerden.

Het antwoord ontstond ertussenin.

Voorlopige conclusie

Kunstmatige intelligentie kan een mens niet volledig begrijpen. Zij bezit geen toegang tot zijn bewustzijn en geen eigen menselijke ervaring waarmee zij werkelijk meevoelt.

Maar zij kan wel helpen een mens zichzelf nauwkeuriger te laten begrijpen.

Niet door het laatste woord te spreken, maar door woorden aan te bieden waarop de mens kan reageren.

Niet door zijn binnenwereld over te nemen, maar door er een model van terug te geven.

Niet door betekenis te schenken, maar door zichtbaar te maken welke betekenissen al werkzaam waren en waar zij elkaar verwarden.

In mijn geval hielp AI mij met filosofische analyse, psychologische differentiatie, autobiografische ordening, begripsvorming en praktische vertaling. Wij spraken over vergankelijkheid, bewustzijn, grote liefde, ambitie, onvergetelijkheid, schuld, voltooiing en het heden.

Maar de meest concrete opbrengst was uiteindelijk eenvoudig:

Mijn verlangen naar grootsheid hoeft niet te verdwijnen. Het hoeft alleen niet meer ieder uur van mijn leven te besturen.

Ik bedankte een machine omdat zij mij hielp dat te zien.

De dankbaarheid was menselijk.

Het antwoord was gezamenlijk ontstaan.

En de diepe zucht was volledig van mij.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *